Euterpe

Bij de Grieken werden de muzen geassocieerd met de muziek ("musikè" = kunst der muzen). Ze zouden de 9 dochters zijn van Zeus en Mnémosyne. Ze verbleven op de Olympos (op de grens Thracië en Thessalië) bij de goden. Hun rol bestond erin het goddelijke leven op de Olympos op te vrolijken met hun verleidelijk figuur en hun kunst. Op aarde zorgden zij voor de inspiratie van de dichters.

Euterpe werd soms beschouwd als patrones van de lyrische poëzie, soms van de studie der natuur. Maar omdat ze steeds werd voorgesteld met de dubbele fluit werd zij meer en meer de muze van de muziek en specifiek van de fluit. De dubbele fluit was hét instrument bij uitstek bij de Dionysische dansen: vandaar dat zij stond voor plezier en vreugde. In de loop der eeuwen werd zij echter geassocieerd met Apollo, de god van de beheerste harmonie.

Euterpe, muze van het esthetisch genieten en de muziek, symbool voor de (erotische) verleiding van de muziek! Een combinatie van Dionysisch uitleven en Apollinische beheersing!